Pilaar van de toegangspoort voormalige Heilige Familieschool
De Rooms Katholieke kleuter- en lagere meisjesschool was in gebruik van circa 1932 tot 1989. Deze pilaar werd behouden na de sloop in 1989.De Heilige Familieschool vormde een onderdeel van het gebied, genaamd Pastersbos. Samen met het klooster, de katholieke kerk uit 1849, later patronaatsgebouw en de R.K. Willibrorduskerk. Ook wel de roomse enclave genoemd.

Hieronder wordt een stukje geschiedenis beschreven
Bron en foto's Heemkundige Vereniging Terneuzen


Huize Nazareth, klooster van de zusters Franciscanessen van Mariadal

door Marion Lippens-van Damme


Woonstichting Clavis is momenteel bezig met de uitvoering van een wel zeer bijzonder woningbouwproject in het oude stadscentrum van Terneuzen. In het voormalige klooster van de Orde van de zusters Franciscanessen worden veertien appartementen gerealiseerd.

Destijds vormde het klooster, de Willibrorduskerk, het Patronaatsgebouw en de Rooms Katholieke scholen voor kleuter-, lager- en voortgezetonderwijs, een roomse enclave in het zogenoemde 'Pastersbos'. Met gevoel voor historisch besef heeft Clavis, zonder enig voorbehoud, gekozen voor het behoud van het statige klooster en een nieuwe toekomst voor Huize Nazareth.
Enige tijd geleden kreeg de Heemkundige Vereniging van Clavis de vraag, of wij iets konden vertellen over het ontstaan en de geschiedenis van het klooster. Aangezien ik mijn kleuter- en lagereschooltijd op de Heilige Familieschool heb doorgebracht, herinnerde ik mij nog dat de zusters, die wij als kinderen 'soeur' noemden, afkomstig waren van de Orde van de Franciscanessen uit Roosendaal. Daarop heb ik met hen contact gezocht en kreeg dit opmerkelijke verhaal van zuster Els Weemaes toegestuurd.

Zuster Els Weemaes vertelt;

Op 1 september 1921 verliet sr. Auguste, in gezelschap van sr. Paschalis en sr. Colombina, Roosendaal om een takje van de Rozelaar te planten in Terneuzen. Zo staat het plechtig aangekondigd in de annalen van dat huis.

Het was het éérste klooster dat het hoofd van de Orde, Mère Angelina, ging stichten. Met een groot hart en vol goede moed, vertrouwend op de Goddelijke Voorzienigheid, kwamen de zusters in Terneuzen aan. Zij werden verwelkomd door dames van de Rooms Katholieke Vrouwenbond, die hen naar het nieuwe verblijf brachten, dat was gesitueerd in de Nieuwstraat.

Maar wat was dat een tegenvaller voor de zusters toen ze daar aankwamen! Voor de ramen zaten nog kranten. Schilders, behangers en timmerlieden waren nog maar nauwelijks begonnen. Er was nog geen enkel vertrek in orde en nog geen enkele cel om te kunnen slapen.

Toen Pastoor van Wees hoorde, dat de zusters geen nachtverblijf hadden en nog geen stoel om op te zitten, bood hij meteen gastvrijheid aan in zijn huis en stelde daar enige vertrekken beschikbaar voor de zusters om te slapen. Zij mochten de eerste dagen ook bij hem eten, tot groot ongenoegen van sr. Colombina, die aan tafel tegenover een grote spiegel zat en uit verlegenheid niet durfde eten, tot groot vermaak van de pastoor en de kapelaan. Gelukkig duurde deze beproeving voor haar niet lang.

Nadat men de werklieden flink achter de veren had gezeten, was de zolder spoedig klaar en de cellen in orde. Als de zusters 's avonds gingen slapen, moesten ze, bij gebrek aan meubilair, een stoel onder hun arm mee naar boven nemen en 's morgens weer mee naar beneden brengen voor het ontbijt.

De zolderruimte diende zowel als slaapzaal, refter en keuken. Een kist werd gebruikt als tafel, een geleend oliestel diende als kachel, een kopje werd gebruikt als soeplepel. Men kon in waarheid zeggen, dat het nu een echt gezin was van de arme Vader Franciscus.

De eerste soep werd gebracht door een juffrouw, die zo graag had dat de zusters de eerste soep van haar gebruikten!

Wanneer de zusters aten, gezeten aan de kist op de zolder, kwam er telkens een hoofd boven het zolderluik uitgekeken, van een timmerman, een metselaar en dan weer een schilder om iets te vragen. De zusters hadden nergens rust.

Als 's middags de werklieden waren vertrokken, begonnen de nonnetjes met plakken en schilderen, dat het een lust was, met het doel zo spoedig mogelijk klaar te zijn, want het 'Huisje van Nazareth, zoals het zou gaan heten, moest als het maar even mogelijk was op 17 september worden ingewijd.

Maandag 14 september bracht de boot Hoedekenskerke-Terneuzen, Mère Angelina met sr. Thiliberta en sr. Theresina. Per rijtuig werden de zusters afgehaald. In het "Huisje van Nazareth" was al veel in orde gebracht, maar overal liep nog werkvolk rond. De refter was enigszins klaar. Als tafel had men twee schoolbanken genomen en de zusters waren al blij dat ze nu tenminste ergens rustig konden zitten.

De dag voor de inwijding kwamen nog enkele genodigden aan. Er waren in totaal zes celletjes, maar er moesten acht mensen slapen. Goede raad was duur. sr. Colombina zou beneden op de grond slapen en sr. Teresina op de zolder tussen de appelen.

Op de morgen van 17 september kwamen nog een paar zusters aan, van de nabijgelegen kloosters uit Hulst en Sas van Gent. Na hard werken was het toch gelukt om de inwijding op de geplande dag te doen plaatsvinden.

Pastoor van Wees zegende al de vertrekken en daarna werd de eerste Heilige Mis opgedragen in het klein, maar lief kapelletje. Groot was de dankbaarheid van de zusters, dat nu eindelijk de Heer in hun midden ging verblijven.

17 september 1921 werd een onvergetelijke dag. De kapel was op z'n best versierd met prachtige bloemen. Jammer dat de ruimte te klein was om het aardige communiebankje te kunnen plaatsen, dat moest dus maar naar de zolder in de hoop dat er spoedig een grotere kapel zou komen.

De volgende zondag werd er een feestje gegeven in het "Huisje van Nazareth" voor de dames van de Rooms Katholieke Vrouwenbond, de Heren van het Kerk- en armenbestuur, met aan het hoofd Pastoor van Wees, die zich de moeite had gegeven geld in te zamelen voor de bewaarschool.

Na de inwijding werd sr. Thiliberte aangesteld als eerste overste van het klooster. Zij kreeg voorlopig vier zusters tot haar beschikking om met de werkzaamheden te beginnen.

De Kleuterschool.

Er moest nog hard gewerkt worden om de schoollokaaltjes in orde te maken. Daarvoor werden twee kamertjes ingericht. De kelder werd de speelplaats. De bewaarschool werd begonnen met 44 kinderen. In het begin stuurden de ouders hun kinderen niet graag naar de zusters, omdat ze dachten dat de kleine peuters daar niets anders zouden moeten doen dan bidden. Maar dat veranderde al gauw toen men zag, wat een leuk fröbelwerk de kleintjes maakten.

De naaischool.

De naaischool begon op dezelfde dag als de kleuterschool met 14 leerlingen op een kamertje boven het vertrek van de bewaarscool. Het was een hele toestand. Boven een kamer voor naaischool, daaronder de bewaarschool en in de kelder de speelplaats.

Wanneer boven de naaimachines ronkten en in de kelder de kinderen aan het spelen waren, was het of horen en zien je verging. De kleintjes vroegen vaak: "Soeur als we uit de kelder komen, mogen we dan naar huis"? Zó akelig en donker was het daar. Er moest met spoed werk gemaakt worden om een nieuwe bewaarschool te laten bouwen!

Mère Angelina ging zeer voortvarend te werk. Zij kocht een groot stuk land, dicht bij het huis van de zusters, om er een bewaarschool en een naaischool te laten zetten, met de hoop daar ook spoedig een klooster te kunnen bouwen. Intussen groeide het aantal kinderen en de zusters zagen verlangend uit naar de nieuwe locaties.

Wijkverpleging 'Het Wit-Gele Kruis'.

Het was op 28 januari 1922 dat Mère Angelina sr. Theodosia naar Terneuzen bracht. Zij zou haar krachten gaan wijden aan het verplegen van de zieken, waarmee een grote wens van Pastoor van Wees in vervulling ging. Half februari trad de ziekenverpleging in werking. In een kamertje van het Patronaatsgebouw was een kliniek ingericht om patiënten te verbinden en te verzorgen. Na het spreekuur, dat 's morgens van 8.30 tot 9.30 uur werd gehouden, ging sr. Theodosia op pad om de zieken thuis te bezoeken. Al spoedig telde het Wit-Gele Kruis vele leden én donateurs.

De 'Breischool'.

's Avonds na school werd er door de zusters nog 'breischool' gehouden voor de grotere meisjes. Voor deze opleiding werd het Patronaatsgebouw ter beschikking gesteld. De 'school' werd gehouden van 5 tot 7 uur in de namiddag. Echter om 4 uur liepen de meisjes met hun breiwerk al voor het gebouw uit nieuwsgierigheid hoe dát er bij de zusters aan toe zou gaan.

De Lagere school.

Een vurige wens van de Orde was om een lagere school voor meisjes te beginnen. Steeds was echter het aantal leerlingen onvoldoende om daadwerkelijk van start te kunnen gaan.
Maar de zusters bleven bidden en vertrouwen. Mère Angelina kwam speciaal naar Terneuzen om deze zaak te bespreken. "Treesje" kreeg een extra kaarsje en alle Heiligen werden aangeroepen, en ...ja hoor, het kwam erdoor. Floep, het kaarsje bij Theresia ging uit!  Mère Angelina zei echter dat het kaarsje uit dankbaarheid moest blijven branden.

Uiteindelijk kon in het voorjaar van 1932 met de bouw van de school worden begonnen. Echter door de hoge grondwaterstand moest er langdurig en veel gepompt worden, eer de fundamenten konden worden gelegd. Men was er in juli nog steeds mee doende. Maar ... Gods zegen rustte op het werk en in januari erop volgend kon men met de lessen beginnen. Met sr. Celestine als hoofd van de school, sr. Philothea onderwijzeres en sr. Aubertha als vakleerkracht.

Een nieuw klooster.

Het "Huisje van Nazareth" in de Nieuwstraat werd te klein. Het was zeer behelpen en de zusters moesten slapen, met vazen en kandelaars van de kapel boven hun hoofd. Buiten hun celletjes aan- en uitkleden en bukkend in bed stappen, anders stootte men het hoofd tegen de balken.

Ook het kapelletje was inmiddels veel te klein. De deur moest open blijven voor de zusters die noodgedwongen de dienst op de gang moesten volgen. De vurige wens naar een nieuw klooster moest worden vervuld, maar waar te bouwen???
Het probleem van de bouwplaats kreeg een oplossing, doordat de oude pastorie werd afgebroken, waardoor een mooie plaats beschikbaar kwam. De bouw van het klooster, die in 1932 begon, verliep heel voorspoedig.

Elke zondag na het Lof gingen de zusters een kijkje nemen en telkens was er iets nieuws te zien, tot het eindelijk zover was,

dat er al een paar zusters konden slapen. Drie zusters gingen nu elke avond naar het nieuwe klooster. Zij werden de 'buitenzusters' genoemd. Mère Angelina kwam nog een beetje vaart achter het werk zetten, om toch zeker voor de winter het nieuwe huis te kunnen betrekken.

Grote verhuizing! 's Morgens om 5 uur werd er begonnen, want niemand mocht zien wat de zusters zoal meesjouwden. Samen de strozakken over de straat dragen. En al was het nog zo vroeg in de morgen.... het werd gezien en voor de zustertjes werd beleefd de hoed afgezet! Wat maar kon worden overgebracht deden de zusters zelf, met de grootste pret. 's Avonds na schooltijd ging het verhuizen weer verder en op één dag was alles geklaard.

Afscheid nemen van het oude huisje bracht heel wat emoties mee. Want al was het daar nog zo armoedig en behelpen geweest, de zusters waren er heel gelukkig, het kleine huisje was een paradijs geweest!

Op 9 november 1932 werd het nieuwe klooster ingewijd! Het was een indrukwekkende plechtigheid, onder grote belangstelling van een groot aantal genodigden, zoals het Kerkbestuur, de dames van de Rooms Katholieke Vrouwenbond en zeer veel goede weldoeners. Na de plechtigheden was er de mogelijkheid, voor ieder die dat wilde, om het klooster te bezichtigen, waarvan druk gebruik werd gemaakt. De mensen vonden het heel mooi en toonden zich blij dat de zusters nu zo'n goed onderkomen hadden.

(Tot zover het verhaal van zr. Els Weemaes)

Elke zondag na het Lof gingen de zusters een kijkje nemen en telkens was er iets nieuws te zien, Tot het eindelijk zover was,

De Heilige Familieschool.

Links de lagere school, gebouwd begin de jaren dertig rechts de kleuterschool gebouwd, begin de jaren twintig.
In het midden het H. Hartbeeld, waar de leerlingen tezamen moesten komen na de processie op Sacramentsdag. Zoals men kan zien op de foto zijn het twee verschillende bouwstijlen, de rechter is ouder als de linker kant. De rechterkant is waarschijnlijk gebouwd in de jaren twintig en daar waren twee kleuterklassen, een gymnastieklokaal (de dubbele deur links van het H. Hartbeeld) en daarnaast een naaiklas.

Het linkergedeelte is gebouwd in 1931, nadat men voldoende leerlingen had. Er moesten minstens 90 leerlingen zijn, voor men toestemming kreeg. Wat men hier op de foto ziet zijn de ramen van de gang, want de vier lokalen lagen allemaal op het zuiden. Als je goed kijkt, zie je rechts op het schoolplein "de zandbak" , waar de kleuters mochten spelen. Het speelplein was geheel omringd met een hek. En dat was niet het enige. Iemand zei vorige week tegen me , "het was dus een katholiek cluster".

Inderdaad, alles bij elkaar, de kerk (Willibrorduskerk) het patronaat ( de oude kerk) het klooster, de kleuterschool met de meisjesschool en de jongensschool met de (m)ulo. En niet te vergeten het Bos (Pastersbos), daar mochten wij niet inkomen, alleen bij bijzondere gelegenheden, b.v. processies. Dit alles was omringd met stevige betonnen schuttingen en een poort aan de toegang tot het kerkplein, een tussen de kerk en het patronaat en dus een aan het begin van het schoolplein, en die laatste twee gingen , zover ik me kan herinneren altijd op slot. Van mijn tijd herinner ik me twee zusters n.l. soeur Mary, die gaf les aan de derde en vierde klas en soeur Agnès, die gaf handwerkles.

De zusters zijn tot 1972 in het klooster blijven wonen en nog een paar jaar in een gewoon huis en in de jaren tachtig zijn ze uit Terneuzen vertrokken.